ALLES VOOR DE HANDELAAR
COMPANY BROKER
VERZEKERINGEN - GELDTRANSFERS - KREDIETEN



Welkom op de site van NV Erca en Partners

Erca World
Erca Finance
Erca Consultancy

divisons of nv Erca en Partners


 

   
   
   
 H O M E 
   
 Erca Consultancy 
   de bvba 
   de nv 
   de ltd 
   de cvoa 
   de VOF 
   de brepoels doctrine 
   
 Business Center  
   Luxemburg 
   Engeland (UK) 
   België 
   kantoren te huur 
   
 Erca Finance 
   Leasing 
   - rollend materieel 
   - machines 
   Hypotheken 
   - gewone aanvraag 
   - moeilijke dossiers 
  Krediet / Lening 
   
 OPGELET: geld lenen 
 kost ook geld 
   
 Erca Service 
  - ondernemersloket
    KBO
 
  - Belgisch Staatsblad 
  - sociale bijdragen 
   
 Sociaal secretariaat 
   
 bedrijfsovernames 
   
 bedrijfstructuren 
   
 nieuws en weetjes 
   
 diversen 
   
 witwaswetgeving 
   
 over ons / contact 
   
 Links 
   
 formulieren-downloads 
   
 nv Erca en Partners 
 residentie Stuer 
 Schoenstraat 96 
 B-9140 Temse Velle 
   
 info@ercaworld.com 
 info@ercafinance.com 
 info@es-m.be 
 info@stuer.eu 
   
 tel.: 03/771 99 60 
 fax: 03/771 99 61 
 skype:
ercaenpartners
 
   
 BTW-TVA
BE0479 526 428
 
   
   
   
 RPR Dendermonde 
 0479.526.428 
   
 

 

 
 

zoek binnen onze site

 
 

Zoeken op het net!


Alta Vista
Excite
HotBot
Infoseek
Lycos
Webcrawler
Yahoo


 

 
   
   
   
 Erik Stuer Management
ES-M
 
   
   
  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Witwaswetgeving van gelden

 

2 WETGEVING INZAKE WITWASSEN VAN GELDEN

2.1 Europese richtlijn

De Raad van de Europese Gemeenschappen heeft op 10 juni 1991 een richtlijn goedgekeurd tot

voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld (91/308/EEG).

Voorts heeft de ‘Groupe d’action financière’ (GAFI) in juli 1989 een verslag opgesteld met 40

aanbevelingen in strijd tegen het witwassen van geld. Bovendien heeft België in november 1990

mee het Verdrag van de Raad van Europa ondertekend betreffende witwassen, opsporing,

inbeslagneming en confiscatie van vruchten van criminele activiteiten.

2.2 Belgische wetgeving

De Belgische wetgever van zijn kant heeft het witwassen strafbaar gesteld met de wet van 17 juli

1990. Later is de voornoemde Europese richtlijn in het Belgische recht omgezet bij de wet van 11

januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van

geld (hierna ‘de wet’ genoemd).

Het gevaar bestaat dat de financiële sector wordt geconfronteerd met pogingen om geld wit te

wassen. De strenger geworden wetgeving in onze buurlanden en de ontwikkeling van Brussel als

financieel en Europees centrum maken dit risico nog groter.

De financiële instellingen hebben er alle belang bij niet betrokken te raken bij witwaspraktijken die

hun betrouwbaarheid in gedrang kunnen brengen. Zij zijn wettelijk verplicht de nodige zorg te

besteden aan het probleem van de preventie en de opsporing van verrichtingen die rechtstreeks

verband houden met ernstige misdrijven. Zij moeten daartoe alle beschikbare middelen gebruiken.

In dit verband is het relevant dat, volgens de verslagen over de werkzaamheden van de Cel voor

Financiële Informatieverwerking (hierna ‘de CFI’ genoemd), de grote meerderheid van de dossiers

met ernstige aanwijzingen over witwaspraktijken in de zin van de wet van 11 januari 1993, die

door de CFI aan de Procureur des Konings van Brussel zijn overgedragen, betrekking had op

contantaankopen en -verkopen van deviezen.

2.3 TOEPASSING VAN DE WETGEVING OP DE BELGISCHE FINANCIELE SECTOR

Het toepassingsgebied van artikel 3, § 2 van de wet van 11 januari 1993, als laatste gewijzigd bij

de wet van 7 april 1995, verdient bijzondere aandacht. De wet van 11 januari 1993 heeft immers

betrekking tot het witwassen van geld of activa wanneer deze voortkomen uit:

a) een misdrijf dat in verband staat met:

- terrorisme

- georganiseerde misdaad

- illegale drugshandel

- illegale handel in wapens, goederen en koopwaren

- handel in clandestiene werkkrachten

- mensenhandel

- exploitatie van prostitutie

- illegaal gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, antihormonale, beta-adrenergetische

of productiestimulerende werking of illegale handel in dergelijke stoffen

- illegale handel in menselijke organen of weefsels

- fraude ten nadele van de financiële belangen van de Europese Unie

- ernstige en georganiseerde fiscale fraude waarbij bijzonder ingewikkelde mechanismen of

procédés van internationale omvang worden aangewend (zie hierna punt 2.4: de specifieke

indicatoren vastgelegd in het K.B. van 03/06/2007)

- omkoping van openbare ambtenaren

b) een beursmisdrijf of een onwettig openbaar aantrekken van spaargelden

c) een financiële oplichting, een gijzeling, een diefstal, afpersing met geweld of bedreiging of een

bedrieglijk bankbreuk.

Rekening houdend met het feit dat men zich niet in de context van een strafwet bevindt, heeft de

wetgever er de voorkeur aan gegeven niet te verwijzen naar specifieke bepalingen uit het

strafrecht, maar naar welbepaalde praktijken die in hun courante betekenis als ernstig worden

beschouwd.

Zoals bepaald in artikel 3 § 3 van de wet moeten de financiële instellingen hun volledige

medewerking verlenen aan de toepassing van de wet, om alle daden van witwassen van geld te

identificeren.

2.4 VERMOEDEN VAN WITWAS VAN GELD AFKOMSTIG UIT ERNSTIGE EN GEORGANISEERDE FISCALE FRAUDE

In het K.B. van 03/06/2007 worden de volgende 13 indicatoren opgesomd die, ook wanneer er

zelfs maar één enkele van wordt vastgesteld, onmiddellijk aanleiding moeten geven tot

kennisgeving ervan aan de Cel voor Financiële Informatieverwerking.

1° de tussenkomst van opgerichte of overgenomen schermvennootschappen met maatschappelijke zetel in

een fiscaal paradijs of offshorecentrum of op het privé-adres van een stroman, of die atypische

verrichtingen uitvoeren gelet op hun maatschappelijk doel, of die een onzeker of incoherent

maatschappelijk doel hebben;

2° het gebruik van vennootschappen waarin kort voor het uitvoeren van de verdachte financiële

verrichtingen verscheidene statutaire wijzigingen zijn opgetreden zoals het aanduiden van een nieuwe

bestuurder, de wijziging van de maatschappelijke benaming, de uitbreiding of wijziging van het

maatschappelijk doel of de verplaatsing van de maatschappelijke zetel;

3° de tussenkomst van tussenpersonen (stromannen) die optreden voor rekening van vennootschappen

betrokken bij de financiële verrichtingen;

4° het uitvoeren van financiële verrichtingen die verdacht of atypisch zijn gelet op de gewoonlijke uitoefening

van de activiteiten van de onderneming, in sectoren die zeer concurrentieel zijn of bijzonder gevoelig voor

BTW-carrousel fraude, zoals bijvoorbeeld de sectoren voor computerapparatuur, voertuigen, telefonie

(GSMs), textiel, hi-fi, video en elektronica;

5° de zeer forse stijging in een korte tijdspanne van de omzet op recent geopende bankrekening(en) die tot

dan toe weinig of niet gebruikt werden, door een exponentiële toename van het aantal verrichtingen en

hun omvang;

6° de vaststelling van onregelmatigheden in de facturen die worden voorgelegd ter rechtvaardiging van de

financiële verrichtingen, zoals het ontbreken van een BTW-nummer, nummer van een financiële rekening,

factuurnummer, adres of data of wanneer deze gegevens niet kunnen worden verstrekt;

7° het gebruik van doorsluisrekeningen en de opeenvolging van meerdere verrichtingen, waaronder

desgevallend zelfs beperkte opnames in contanten (afhouden van commissies), voor een omvangrijk

totaal bedrag, terwijl er vaak nauwelijks enig positief saldo op de rekeningen staat;

8° het gebruik van tussenrekeningen of rekeningen van titularissen van niet-financiële beroepen als

doorsluisrekening waardoor de identificatie van de werkelijke economische begunstigde en van de

banden tussen de oorsprong en de bestemming van de fondsen wordt bemoeilijkt. Dit gebruik kan ook

worden gekenmerkt door het aanwenden van complexe vennootschapstructuren en juridische en

financiële constructies die de beheers- en bestuursmechanismen weinig transparant maken;

9° de internationale dimensie van de financiële verrichtingen waardoor hun economische en financiële

rechtvaardiging moeilijk kan worden begrepen daar ze zich meestal beperken tot het louter transiteren

van fondsen die uit het buitenland komen en er weer naar vertrekken;

10° de weigering van de cliënt of zijn onmogelijkheid om onderliggende stukken voor te leggen aangaande

de herkomst van de ontvangen fondsen of voorgehouden grondslag van de betaling;

11° het organiseren van insolvabiliteit door de snelle verkoop van activa aan verbonden natuurlijke of

rechtspersonen of aan niet-marktconforme voorwaarden;

12° het gebruik van back-to-back leningen die erin bestaan fondsen naar het buitenland te transfereren voor

een kredietaanvraag bij een bankinstelling in dat land waarbij de fondsen als garantie in bewaring

worden gegeven om de geleende fondsen daarna naar het land van oorsprong te repatriëren, waardoor

het proces wordt voltooid daar de vennootschap in werkelijkheid aan zichzelf leent;

13° de betaling van commissielonen aan buitenlandse vennootschappen zonder commerciële activiteit

evenals de storting of overschrijving naar België vanuit dergelijke vennootschappen.

 

WITWASSEN VAN GELD: WAT IS DE WETGEVING INZAKE WITWASSEN VAN GELDEN

BEPALINGEN INZAKE ORGANISATIE EN CONTROLE

STRIJD TEGEN HET WITWASSEN VAN GELD

LIJST STATEN EN GEBIEDEN DIE NIET MEEWERKEN AAN DE WITWASBESTRIJDING

SITUERING EN ALGEMENE PRINCIPES

BIJZONDERE TOEPASSINGEN BTW FRAUDE