ALLES VOOR DE HANDELAAR
COMPANY BROKER
VERZEKERINGEN - GELDTRANSFERS - KREDIETEN



Welkom op de site van NV Erca en Partners

Erca World
Erca Finance
Erca Consultancy

divisons of nv Erca en Partners


 

   
   
   
 H O M E 
   
 Erca Consultancy 
   de bvba 
   de nv 
   de ltd 
   de cvoa 
   de VOF 
   de brepoels doctrine 
   
 Business Center  
   Luxemburg 
   Engeland (UK) 
   België 
   kantoren te huur 
   
 Erca Finance 
   Leasing 
   - rollend materieel 
   - machines 
   Hypotheken 
   - gewone aanvraag 
   - moeilijke dossiers 
  Krediet / Lening 
   
 OPGELET: geld lenen 
 kost ook geld 
   
 Erca Service 
  - ondernemersloket
    KBO
 
  - Belgisch Staatsblad 
  - sociale bijdragen 
   
 Sociaal secretariaat 
   
 bedrijfsovernames 
   
 bedrijfstructuren 
   
 nieuws en weetjes 
   
 diversen 
   
 witwaswetgeving 
   
 over ons / contact 
   
 Links 
   
 formulieren-downloads 
   
 nv Erca en Partners 
 residentie Stuer 
 Schoenstraat 96 
 B-9140 Temse Velle 
   
 info@ercaworld.com 
 info@ercafinance.com 
 info@es-m.be 
 info@stuer.eu 
   
 tel.: 03/771 99 60 
 fax: 03/771 99 61 
 skype:
ercaenpartners
 
   
 BTW-TVA
BE0479 526 428
 
   
   
   
 RPR Dendermonde 
 0479.526.428 
   
 

 

 
 

zoek binnen onze site

 
 

Zoeken op het net!


Alta Vista
Excite
HotBot
Infoseek
Lycos
Webcrawler
Yahoo


 

 
   
   
   
 Erik Stuer Management
ES-M
 
   
   
  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

witwascontrole en organisatie

3 BEPALINGEN INZAKE ORGANISATIE EN CONTROLE

3.1 Kennis van de cliënten:

3.1.1 Gewone cliënten en gelegenheidscliënten:

Krachtens artikel 4 van de wet moeten de financiële instellingen zich in de volgende drie gevallen

vergewissen van hun cliënten:

Gewone cliënten:

De financiële instellingen moeten zich vergewissen van de identiteit van hun cliënten aan de hand

van een BEWIJSSTUK op het ogenblik waarop zij een zakenrelatie aanknopen waardoor de

betrokkenen gewone cliënten worden. Een cliënt die binnen een korte tijdsspanne geregeld

verrichtingen uitvoert, ongeacht het bedrag, wordt beschouwd als een cliënt die zo’n zakenrelatie

aanknoopt. Cliënten die herhaaldelijk in het kader van hun beroepsactiviteiten verrichtingen

uitvoeren, worden in ieder geval als gewone cliënten beschouwd.

Gelegenheidscliënten:

Identificatie is vereist voor iedere persoon die een verrichting wenst uit te voeren voor een bedrag

van 10.000 euro of meer, ongeacht of zij in één verrichting wordt gevoerd of in verscheidene

verrichtingen waartussen een verband blijkt te bestaan. Bijgevolg is identificatie vereist voor een

totaalbedrag van 10.000 euro of meer.

Verdachte verrichtingen:

Identificatie is ook vereist wanneer het bedrag van de verrichting lager is dan 10.000 EUR, zodra

wordt vermoed dat het om witwassen van geld gaat.

3.1.2 Begunstigde van de verrichtingen:

Indien wordt betwijfeld of de onder de 3.1.1 bedoelde cliënten voor eigen rekening handelen of

indien vaststaat dat zij niet voor eigen rekening handelen, treft de financiële instelling nuttige

maatregelen om informatie te verkrijgen over de ware identiteit van de personen voor wier

rekening deze cliënten handelen (artikel 5 van de wet). De financiële instelling moet dus nagaan of

de cliënt al dan niet voor eigen rekening optreedt.

3.1.3 Verrichtingen uitgevoerd door vennootschappen:

Als de tegenpartij een vennootschap is, moet de financiële instelling de vennootschap identificeren

alsook de natuurlijke persoon die de verrichting uitvoert, met name om te controleren of deze

voor rekening van de betrokken vennootschap handelt.

Voor buitenlandse vennootschappen met zetel in België kan ook een officieel stuk worden

gevraagd met de naam, de voornaam en het adres van de personen als bedoeld in artikel 198 van

de vennootschapswet, die instaan voor de leiding van de zetel in België.

WITWASSEN VAN GELDEN Blz. 10 01/08/2007

3.1.4 Verrichtingen voor een derde:

Als het niet zeker is dat een cliënt voor eigen rekening handelt of als vaststaat dat hij niet voor

eigen rekening handelt, moet de identiteit van de derde worden vermeld. De identificatie van de

derde omvat naam, voornaam, adres (natuurlijke personen), firma, maatschappelijke zetel, adres

(rechtspersonen) en indien mogelijk het nummer van de identiteitskaart of van een gelijkwaardig

document.

3.1.5 Identificatiestukken:

Voor de toepassing van de wettelijke bepalingen inzake identificatie kunnen de volgende stukken

worden gebruikt:

Voor natuurlijke personen:

- met de Belgische nationaliteit: een kopie van de identiteitskaart

- met een buitenlandse nationaliteit: een kopie van de identiteitskaart of van een

  gelijkwaardig stuk (geldig

- paspoort, rijbewijs, verblijfspas). De identificatie moet verplicht het adres van de cliënt

  vermelden. Voor wat de identificatie betreft mag een postbusnummer niet beschouwd

  worden als adres.

  Voor rechtspersonen:

- een recente kopie van de statuten of van recente, gelijkwaardige originele stukken, zo nodig

   vertaald

- een recente kopie van het Belgisch Staatsblad of van elk ander officieel stuk met daarin de

  naam, de voornaam en het adres van de personen die de rechtspersoon ten aanzien van de

  bank mogen verbinden, zo nodig vertaald

  Voor feitelijke verenigingen:

- een kopie van de identiteitskaart van de leden die de vereniging mogen verbinden ten

  aanzien van de financiële instelling

  De financiële instelling moet, indien nodig en in de mate van het mogelijke, nagaan of de

  inlichtingen in de identificatiestukken door andere stukken, gegevens of verklaringen kunnen

  worden gestaafd.

  Voor elke cliënt dient u dus het identiteitskaartnummer op het aanvraagformulier te vermelden.

3.1.6 Geldoverdrachtsystemen:

De wet van 11 januari 1993 is ook van toepassing op de diensten die de financiële instellingen

aanbieden voor geldoverdracht. Onder ‘geldoverdracht’ moet de dienst worden verstaan waarbij

de financiële instelling in opdracht van een cliënt een geldsom overmaakt aan een door die cliënt

aangewezen begunstigde die veelal in het buitenland verblijft.

In het verlengde van de aanbevelingen van de Groupe d’action financière, wordt de medewerking

van de financiële instellingen gevraagd om te voorkomen dat geldoverdrachten voor

witwaspraktijken worden gebruikt.

De financiële instellingen moeten niet enkel de wettelijke regels inzake cliëntenidentificatie

toepassen: de Commissie dringt er ook op aan dat zij bij de opdrachtgevers voor geldoverdrachten

informatie inwinnen over de identiteit van zowel opdrachtgever als begunstigde, conform de regels

voor de werking van de instellingen die het geldoverdrachtsysteem organiseren.

3.2 Gegevensbewaring.

De wet regelt de verplichtingen voor de financiële instellingen inzake gegevensbewaring. Ter

herinnering: de financiële instellingen bewaren - op welke informatiedrager ook, gedurende ten

minste 5 jaar na het beëindigen van de relaties met hun cliënten of alle andere personen bedoeld

in artikel 4, eerste en tweede lid - een afschrift van het bewijsstuk dat voor de identificatie heeft

gediend of de verwijzingen ernaar.

Voor documenten die niet op de hoofdzetel bewaard worden, is de kantoorhouder verplicht deze

stukken 5 jaar in zijn kantoor te bewaren.

De financiële instellingen bewaren - eveneens gedurende een periode van ten minste 5 jaar vanaf

de uitvoering van de verrichtingen, op welke informatiedrager ook - een kopie van de registraties,

de borderellen en stukken van de uitgevoerde verrichtingen, om deze nauwkeurig te kunnen

reconstrueren.

De verplichting om gegevens te bewaren over de uitgevoerde verrichtingen om deze nauwkeurig

te kunnen reconstrueren, impliceert dat de financiële instellingen de nodige maatregelen treffen

om te kunnen ingaan op de verzoeken om informatie die zij ontvangen van de Commisssie voor

het Bank-, Financie- en Assurantiewezen, de CFI of de gerechtelijke autoriteiten.

3.3 Interne organisatie:

Elke financiële instelling dient één of meer personen aan te stellen die verantwoordelijk zijn voor

de toepassing van de wet.

 

WITWASSEN VAN GELD: WAT IS DE WETGEVING INZAKE WITWASSEN VAN GELDEN

BEPALINGEN INZAKE ORGANISATIE EN CONTROLE

STRIJD TEGEN HET WITWASSEN VAN GELD

LIJST STATEN EN GEBIEDEN DIE NIET MEEWERKEN AAN DE WITWASBESTRIJDING

SITUERING EN ALGEMENE PRINCIPES

BIJZONDERE TOEPASSINGEN BTW FRAUDE