Over het algemeen kan men stellen dat ieder die voeding bereidt (alle soorten voedingswaren) op bestelling van de consument, de beroepskennis "restaurant" zal moeten aantonen.
Dus vanaf 1 september zullen bijvoorbeeld ook frituren, tavernes, pitabars, broodjeszaken en dergelijke aan deze reglementering moeten voldoen.
Daar tegenover staat dat niet altijd het diploma van kok zal moeten voorgelegd worden, maar dat er ondernemersopleidingen van 80 uren zullen voorzien worden waarin de basisbegrippen over voeding, hygiëne, e.d. worden bijgebracht.
Zullen echter niet onder de reglementering vallen: - Versnaperingen in café's;
- Verkoop van voorverpakte waren bij de kleinhandelaar;
- Bij de (spek-)slager, visverkoper en poelier: meeneemgerechten,
- Broodjes bijkomstig bij een kleinhandel (opgelet: hoofdzakelijk broodjeszaak is wél gereglementeerd);
- Brood, banket, desserts, wafels, ijs, chocolade:
- Hotels: ontbijt;
- Rusthuizen: enkel in verband met de hoofdactiviteit (dus enkel voeding voor de bewoners);
- Familiebedrijven met logies.
Is iemand op 1 september 2007 reeds tenminste twee jaar hoofdberoep of voltijds en effectief met een horeca-activiteit bezig (bv. taverne, pitazaak, frituur, café, hotel, …), dan kan hij vanaf 1 september omvormen tot een volwaardig restaurant, aangezien hij binnen het deelgebied "restaurant" voldoende praktijkervaring heeft opgebouwd. Bij een activiteit in bijberoep of een deeltijdse tewerkstelling is er minstens drie jaar vereist.
Akten: Praktijkervaring: - twee jaar indien hoofdberoep of voltijds en effectief;
- drie jaar indien nevenberoep of deeltijds.
|