|
| strijd tegen witwassen
4 STRIJD TEGEN HET WITWASSEN VAN GELD. In haar circulaire D1 99/3 datum 3 mei 1999 gericht aan de kredietinstellingen heeft de Commisssie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen (CBFA) er nogmaals de aandacht op gevestigd dat het voor het personeel en agentenkader van essentieel belang is dat zij onmiddellijk kan ontdekken of de verrichting, die de cliënt wil uitvoeren, normaal dan wel ongebruikelijk is. Het is bekend dat het witwassen in drie fasen verloopt: 1) De plaatsing van het geld: aanbieden van massa’s contant geld, dit geld in het normale geldcircuit brengen (dwz omzetten in giraal geld) zonder dat de criminele oorsprong ervan kan achterhaald worden, is de delicaatste en moeilijkste stap voor de witwassers. Het is dan ook in deze fase dat onze aandacht en vooral deze van het personeel en de makelaar het scherpst moet zijn. Niet alleen bij verrichtingen door gelegenheidscliënten, doch ook voor gewone cliënten, waarvan men de identiteit goed kent, is een bestendige waakzaamheid vereist. Geef in deze materie niet toe aan de eisen van (grote) cliënten, zelfs niet indien zij zich beroepen op de “soepelheid” van de concurrentie of hun bekendheid met de Directie van de financiële instelling. 2) Het opstapelen van het geld: de witwassers stapelen op een ingewikkelde manier verschillende activiteiten en transacties op, waardoor hun onwettige praktijken een ondoorzichtig kluwen worden. Aldus tracht men de oorspronkelijke herkomst van het geld te verdoezelen en eventuele opzoekingen naderhand te bemoeilijken. 3) De integratie van het geld in het normale economische circuit Teneinde te kunnen analyseren of we te doen hebben met normale, dan wel ongebruikelijke verrichtingen, heeft de CBFA in haar circulaires een tiental voorbeelden opgesomd van manuele wisselverrichtingen die, gezien hun kenmerken, a-priori als ongebruikelijk kunnen worden beschouwd door hun aard of gelet op de activiteiten van de cliënt. Deze niet-exhaustieve lijst wordt hier letterlijk weergegeven: 1) opsplitsing, zonder aannemelijke reden, van een manuele wisselverrichting in verschillende afzonderlijke verrichtingen alsook herhaalde, binnen een korte tijdspanne uitgevoerde transacties voor kleine bedragen die echter in totaal een groot bedrag vertegenwoordigen; 2) transacties waarmee grote bedragen in deviezen zijn gemoeid en die in kleine bankbiljetten worden uitgevoerd; omruiling van kleine bankbiljetten voor grote bankbiljetten, wanneer het om grote bedragen gaat, of omruiling van grote bedragen die de cliënt op voorhand niet heeft geteld; tegelijkertijd grote bedragen aanbieden in verschillende deviezen; 3) manuele omruiling van deviezen voor andere deviezen , wanneer het gaat om grote bedragen in deviezen die in België weinig courant zijn (bijvoorbeeld Scandinavische munten, Schotse of Noord-Ierse ponden) of transacties waarbij grote bedragen zonder aannemelijke reden worden omgewisseld; 4) inschakelen van tussenpersonen, met andere woorden, hetzij cliënten die zonder plausibele uitleg grote manuele wisselverrichtingen uitvoeren voor rekening van derden of waarvoor kan worden aangenomen dat zij voor derden worden uitgevoerd, hetzij cliënten die worden vergezeld door een derde die toezicht houdt op de verrichting en weigert zijn identiteit kenbaar te maken; 5) transacties waarbij stukken van dubieuze herkomst of zelfs valse identiteitsbewijzen worden gebruikt, of waarvoor problemen rijzen bij de identificatie van de cliënt; 6) manuele wisselverrichtingen voor grote bedragen en zeker in contanten, die worden uitgevoerd door een natuurlijke persoon, zonder gekend economisch motief gelet op de beroepsbedrijvigheid van de cliënt of buiten verhouding tot die bedrijvigheid; 7) manuele wisselverrichtingen die uitgevoerd zouden kunnen worden voor rekening van postbusvennootschappen; 8) manuele wisselverrichtingen waarvoor enig economisch belang om de verrichting in België uit te voeren, lijkt te ontbreken; 9) ongebruikelijke manuele wisselverrichtingen gelet op de gebruikelijke activiteiten van de kredietinstelling of het agentschap waarop beroep wordt gedaan, bijvoorbeeld door hun omvang en/of door de aard van de deviezen die worden omgewisseld, en waarvan de cliënt de achtergrond of de doelstelling weigert toe te lichten; 10) manuele wisselverrichtingen waarbij de cliënt zich verdacht gedraagt en geen belangstelling toont voor de wisselkoers of de aangerekende provisies, hoewel het om grote bedragen gaat. Uit het voorgaande blijkt duidelijk dat de grootste bekommernis van de witwassers in de eerste fase is dat de operatie zeer snel verloopt; de kostprijs hiervoor speelt geen enkele rol. Wanneer u op grond van uw kritische analyse kan concluderen dat de verrichtingen verband zouden kunnen houden met witwasserij, dan wordt dit onmiddellijk gerapporteerd aan alle bevoegde instanties
WITWASSEN VAN GELD: WAT IS DE WETGEVING INZAKE WITWASSEN VAN GELDEN BEPALINGEN INZAKE ORGANISATIE EN CONTROLE STRIJD TEGEN HET WITWASSEN VAN GELD LIJST STATEN EN GEBIEDEN DIE NIET MEEWERKEN AAN DE WITWASBESTRIJDING SITUERING EN ALGEMENE PRINCIPES BIJZONDERE TOEPASSINGEN BTW FRAUDE
|