|
| Fiscale gedragscode witwas
RAPPORTERING IN VERBAND MET HET WITWASSEN VAN GELD. II FISCALE GEDRAGSCODE
1 SITUERING EN ALGEMENE PRINCIPES In het kader van het fiscaal voorkomingbeleid voorgeschreven door de Commissie voor het Bank- Financie- en Assurantiewezen zullen hierna handelingen worden besproken die belastingsontduiking door cliënten van de financiële instelling kunnen bevorderen. Wanneer deze handelingen niet kaderen in de normale dienstverlening van de financiële instelling worden deze aangemerkt als een bijzonder mechanisme. 1.1 Begripsomschrijving van bijzondere mechanismen De Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen (CBFA) stelt de volgende algemene kenmerken van een bijzonder mechanisme tot belastingontduiking voorop: “Een bijzonder mechanisme doelt op stelselmatige procédés, die een herhaling van verrichtingen impliceren en die worden uitgevoerd in omstandigheden die vreemd zijn aan de normale bankpraktijk en met het doel de belastingontduiking door derden, inzonderheid door cliënten van de financiële instelling, te bevorderen”. 1.1.1 Algemene kenmerken van een bijzonder mechanisme We lichten een aantal begrippen uit de omschrijving wat nader toe. Om te kunnen spreken van een bijzondere mechanisme moet ieder opgesomd element aanwezig zijn: Het gaat om een mechanisme Een mechanisme is een geheel van beschikkingen, verrichtingen of houdingen die belastingontduiking door derden kunnen bevorderen. Het geheel heeft een bijzonder karakter Het feit dat het geheel een bijzonder karakter dient te hebben, staat in tegenstelling tot verrichtingen die tot de normale activiteit van de financiële instelling behoren: zij zijn geen mechanisme. Het mechanisme vindt zijn motivering in het bijzonder nagestreefde doel Het bijzonder nagestreefde doel is het bevorderen van de belastingontduiking door derden. Het is voldoende dat het opgezette stelsel de mogelijkheid tot belastingontduiking door derden als doel of tot gevolg heeft. Het geheel van verrichtingen moet in principe een herhalend karakter hebben Als algemeen principe geldt dat het mechanisme herhaaldelijk moet worden toegepast. Als het initiatief echter uitgaat van de financiële instelling, kan in bepaalde gevallen een éénmalig feit volstaan. De financiële instelling verleent haar medewerking De financiële instelling als financiële tussenpersoon verleent haar medewerking (actief of passief) aan het mechanisme. 1.1.2 Benoemde bijzondere mechanismen Hieronder verstaan wij de lijst van praktijken die door de CBFA als een bijzondere mechanisme beschouwd worden. In een circulaire van 18 december 1997 somt de CBFA een aantal praktijken op die kunnen aangemerkt worden als een bijzonder mechanisme. De CBFA stelt uitdrukkelijk dat deze lijst niet uitputtend is. In het algemeen moet de financiële instelling zich onthouden van het instellen van gelijk welk mechanisme dat beantwoordt aan de algemene begripsomschrijving. In onderhavige bespreking van de verschillende soorten bijzondere mechanismen komen zowel de bijzondere mechanismen die uitdrukkelijk worden opgesomd door de CBFA als de niet uitdrukkelijk vermelde maar evenwel verboden handelingen, de zgn. onbenoemde bijzondere mechanismen, aan bod. 1.2 Verplichtingen voor de financiële instelling inzake bijzondere mechanismen 1.2.1 De financiële instelling dient deontologisch verantwoord te handelen De financiële instelling moet haar bedrijf uitoefenen: - op een wettelijke manier; - volgens de principes van ‘normaal en goed koopmansgebruik’; - op een juridisch-commerciële wijze; - zonder het vertrouwen van haar cliënteel in het gedrang te brengen; - zonder mee te werken aan (mogelijke) inbreuken op de financiële en fiscale wetgeving. 1.2.2 Personeelsleden mogen nooit hun medewerking verlenen Personeelsleden mogen aan de cliënten van de financiële instelling geen dienst leveren die als een bijzonder mechanisme kan worden gekwalificeerd. Hierbij speelt het geen rol of dat tijdens de normale werkuren, buiten de werkuren of tijdens een vakantieperiode gebeurt. 1.2.3 Een vermoeden van bijzonder mechanisme impliceert rapportering aan de fiscus Indien de belastingadministratie bij een controle van de fiscale situatie van een financiële instelling het bestaan van een bijzonder mechanisme vermoedt, kan het fiscale bankgeheim opgeheven worden. De financiële instelling moet dan aan de belastingadministratie informatie meedelen over financiële verrichtingen van haar cliënten. WITWASSEN VAN GELD: WAT IS DE WETGEVING INZAKE WITWASSEN VAN GELDEN BEPALINGEN INZAKE ORGANISATIE EN CONTROLE STRIJD TEGEN HET WITWASSEN VAN GELD LIJST STATEN EN GEBIEDEN DIE NIET MEEWERKEN AAN DE WITWASBESTRIJDING SITUERING EN ALGEMENE PRINCIPES BIJZONDERE TOEPASSINGEN BTW FRAUDE
|